Christelijke psychologie

Christelijke psychologie - Inleiding
De term "Christelijke psychologie" kan op het eerste gezicht een interne tegenstrijdigheid lijken. Vooral als je eerst de Marxistische, humanistische en postmoderne psychologie en nog andere seculiere vormen van de psychologie hebt bestudeerd, is het verleidelijk om te concluderen dat de psychologie een vakgebied is dat onze aandacht niet waard is. William Kirk Kilpatrick zegt ronduit: "In het licht van het Christendom kunnen we zeggen dat er veel waarheid zit in de uitspraak dat psychologie en godsdienst concurrerende geloofssystemen zijn. Als je serieus achter de waarden van de een staat, dan zul je de ander op logische gronden moeten afwijzen."1

Wat Kilpatrick zegt is waar. Maar wanneer hij de term "psychologie" gebruikt, dan heeft hij het specifiek over de seculiere psychologie. Hij kan op deze manier generaliseren omdat de seculiere psychologische stromingen (gebaseerd op het werk van Sigmund Freud,2 B.F. Skinner, I.P. Pavlov, Carl Rogers, Abraham Maslow, Erich Fromm en Jacques Lacan) bijna volledig verantwoordelijk zijn voor de moderne psychologie.

Er circuleert een groot aantal onwaarheden in de psychologie, bijvoorbeeld het idee dat menselijke wezens slechts lichamelijke dieren zijn zonder een wezenlijke essentie, ziel of geest. Of het idee dat het verstand slechts een andere naam is voor de lichamelijke hersenen. Maar dat betekent niet dat Christenen de psychologie zomaar de rug moeten toekeren. In plaats daarvan moeten Christenen Gods waarheden weer injecteren in dit verdwaalde vakgebied. De psychologie is, als men trouw is aan de oorsprong ervan (Grieks: "psyche"), de bestudering van de ziel. Geen ander wereldbeeld dan het Christelijke wereldbeeld geeft een beter inzicht in het geestelijke domein. Zoals Kilpatrick zegt: "Samengevat kunnen we zeggen dat het Christendom, al is het veel meer dan een psychologie, toch een betere psychologie is dan de psychologie."3

Christelijke psychologie - Verenigbare termen
Christendom en psychologie zijn verenigbaar om de eenvoudige reden dat de Bijbelse Christelijke levensbeschouwing een psychologie bevat. Zoals Charles L. Allen heel gepast opmerkt: "De essentie van godsdienst is juist om de gedachten en de ziel van de mens aan te passen... Genezing betekent dat een mens tot een correcte relatie wordt geleid met de stoffelijke, mentale en geestelijke wetten van God" (Genesis 1:27). Dit vereist een levensbeschouwing die het belang van geestelijke zaken erkent. Het Christendom stelt dat God een Iemand is en dat onze menselijke persoonlijkheid op de een of andere manier verband houdt met Zijn persoonlijkheid. Plantinga verwoordt dit als volgt: "Hoe zouden wij over mensen moeten denken? Wat voor soort dingen zijn zij eigenlijk, op een heel fundamenteel niveau? Wat betekent het om menselijk te zijn, wat betekent het om een menselijk persoon te zijn en hoe zouden we die persoonlijkheid moeten zien? ... Het eerste dat we moeten opmerken is dat God de hoofdpersoon is in het Christelijke denken. Hij is het eerste en belangrijkste voorbeeld van een Persoon... en de eigenschappen die het belangrijkste zijn voor ons begrip van onze eigen persoonlijkheid zijn de eigenschappen die wij met Hem gemeen hebben."5 Met andere woorden, zoals Moreland en Rae zeggen: "Er zit iets in de manier waarop God is dat net zo is als de manier waarop wij zijn."6

Het is alleen maar redelijk te veronderstellen dat Gods magnifieke schepping alleen mogelijk was dankzij een denkvermogen, planning en een artistiek en uitvoerend vermogen - al die eigenschappen die mannen en vrouwen gemeen hebben met hun Schepper. Omdat God buiten de algemene openbaring (de orde van de schepping) meer van Zichzelf openbaart in Zijn bijzondere openbaring (de orde van Zijn verlossende plan), zijn wij zelf wezens met een persoonlijkheid, liefde, mededogen en genade - ook in dit geval eigenschappen die wij als menselijk ras in beperkte mate met Hem gemeen hebben.

Christelijke psychologie - Het bestaan van de ziel
Het Christendom erkent het bestaan van het bovennatuurlijke, waaronder een bewustzijn in ons binnenste dat meer is dan een nevenverschijnsel van de hersenen. De uitspraken van de Bijbel over het lichaam, de levensadem, de ziel, de geest, het hart en het verstand suggereren een dualistische ontologie (of bestudering van het bestaan)7, dat wil zeggen dat de menselijke aard bestaat uit twee fundamenteel verschillende realiteiten: de lichamelijke (materiële of natuurlijke) realiteit en de geestelijke (bovennatuurlijke) realiteit. De uitspraak van Jezus dat wij Degene moeten vrezen "die en ziel en lichaam kan ombrengen in de hel" (Matteüs 10:28) en de uitspraak van Paulus over lichaam, ziel en geest (1 Tessalonicenzen 5:23) benadrukken het onderscheid tussen materiële en geestelijke eigenschappen. De Bijbel ontkent het lichaam niet. De Bijbel zegt eenvoudigweg dat wij méér zijn dan slechts een stoffelijk lichaam.

Sir John Eccles, een van 's werelds meest gerespecteerde neuropsychologen, gelooft dat het dualisme (de tweevoudige realiteit van lichaam en geest) de enige verklaring is voor een groot aantal fenomenen die met het bewustzijn te maken hebben. Een van de redenen die Eccles tot deze conclusie leiden is de "identiteitseenheid" die elk individu heeft. Paul Weiss legt dit uit: "Ook al weet ik dat ik continu verander - al mijn moleculen veranderen voortdurend, alles in mijn lichaam verandert voortdurend en heel wezenlijk - toch is er altijd mijn identiteit, mijn bewustzijn dat ik in essentie nog steeds hetzelfde ben als twintig jaar geleden. Maar hoeveel ik [lichamelijk] ook ben veranderd, de continuïteit van mijn identiteit is nooit onderbroken geweest."8

Waar het om gaat is het volgende: omdat de stoffelijke samenstelling van de hersenen onophoudelijk verandert, zou er geen identiteitseenheid kunnen bestaan als het bewustzijn een toestand is die volledig afhankelijk is van de stoffelijke hersenen. Er moet iets meer zijn dan het lichamelijke brein: iets geestelijks of bovennatuurlijks.

Het menselijk geheugen is een ander facet van dit argument aangaande de "identiteitseenheid". Ook het geheugen ondersteunt het idee dat er een bovennatuurlijke ziel (hart, geest) bestaat. Arthur Custance schrijft: "Wat onderzoek tot dusver heeft laten zien, is dat er geen exacte één-op-één relatie bestaat tussen enig onderdeel van het geheugen en de zenuwcellen waarin het geheugen verondersteld wordt gecodeerd te zijn."9

Zonder enig concept van de ziel hebben de humanisten, de Marxisten en de postmodernisten de grootste moeite om het geheugen en de identiteitseenheid te verklaren. Een ander probleem, dat wij later zullen beschrijven, is de materialistische verklaring van de menselijke vrije wil. De vrije wil kan alleen verklaard worden door een wereldbeeld dat veronderstelt dat er méér is dan een omgeving die de menselijke lichamelijke machine manipuleert. Het Christelijke dualisme biedt een beter fundament voor de psychologie, omdat het de integriteit van ons denken en van onze vrije wil verdedigt.

Christelijke psychologie - De aard van de gevallen mens
In de Christelijke psychologie houdt een correct begrip van de menselijke aard niet op met de erkenning van het bestaan van een geest, ziel, hart en verstand in ons binnenste. Het Christelijke wereldbeeld zegt verder dat de menselijke aard verdorven is vanwege Adam en Eva's beslissing om God in de hof van Eden ongehoorzaam te zijn. Dit begrip van de menselijke neiging tot zondigen is kritiek voor ons begrip van onze menselijke aard en onze mentale processen.

Onze opstand tegen God heeft een drastische, catastrofale verandering teweeggebracht in onze relatie met de rest van het bestaan en zelfs met onszelf. Deze verandering heeft ernstige gevolgen voor alle aspecten van de realiteit, inclusief de psychologie. Sterker nog, onze zondige aard (ons verlangen om opstandig te zijn tegenover God en andere mensen) is volgens de Christelijke levensbeschouwing de bron van alle psychologische problemen. Francis A. Schaeffer zegt: "Het primaire psychologische probleem is dat wij proberen te zijn wat wij niet zijn en proberen te dragen wat wij niet kunnen dragen. Maar nog meer dan dat is het primaire probleem dat wij niet bereid zijn om de schepselen te zijn die wij in de ogen van onze Schepper zijn."10 In plaats daarvan willen wij zelf God zijn. Wij vinden het te beperkend om slechts een schepsel te zijn, vooral op het gebied van de leefregels - en dat is eigenlijk de kern van de zaak. Vergeet niet dat juist het hart zegt dat er geen God is (Psalm 14:1). Het hart is bedrieglijk en boosaardig (Jeremia 17:9).

Deze kijk op de zaken is cruciaal voor de Christelijke theologie, omdat deze kijk ons laat inzien hoe zeer wij de reddende kracht van Christus nodig hebben. Op een lager niveau is dit begrip cruciaal voor de Christelijke psychologie. Om de menselijke aard correct te kunnen begrijpen, moet de psycholoog begrijpen dat wij een natuurlijke neiging hebben om tegen God en Zijn wetten in opstand te komen. Als de Christelijke kijk op de menselijke aard juist is, dan kan alleen het Christendom een echte, zinvolle en bruikbare psychologie ontwikkelen, omdat alleen het Christendom het werkelijke probleem van het hart, het verstand en de wil erkent in relatie tot God. Bovendien biedt alleen het Christendom een raamwerk waarin wij werkelijk verantwoordelijk worden gehouden voor onze gedachten en onze daden. "Het grote voordeel van de doctrine van de zonde," zegt Paul Vitz, "is dat het een verantwoordelijkheid introduceert voor ons eigen gedrag en een verantwoordelijkheid om ons gedrag te veranderen en zo onze eigen toestand zin te geven."11

Alleen de Christelijke psychologie ziet de menselijke aard op een manier die overeenstemt met de realiteit en die in staat is om onze grootste problemen aan te pakken: onze zondeproblemen. De Christelijke psychologie ziet mannen en vrouwen niet alleen als lichamelijke wezens, maar ook als geestelijke wezens; als wezens die verantwoordelijk zijn ten opzichte van God, als wezens die naar Gods gelijkenis zijn geschapen en als wezens die zich in opstandigheid van hun Schepper hebben afgekeerd. Alleen het Christendom is bereid om het probleem het hoofd te bieden dat noodzakelijkerwijs voortkomt uit hun zondige aard: het bestaan van schuldgevoelens.

Christelijke psychologie - Conclusie
De Christelijke kijk op de menselijke aard of wat het betekent om een menselijk wezen te zijn is complex, omdat deze te maken heeft met termen als ziel, geest, verstand, hart, wil, bewustzijn en intuïtie.12 Bovendien is het mogelijk dat Christenen die de menselijke aard op een juiste manier begrijpen nooit professionele psychologische hulp nodig hebben, omdat zij een geestelijk gezond leven leiden in een blijvende onderwerping aan Christus. Christenen hebben de keuze om God te geloven of niet te geloven, wanneer Hij zegt dat Hij met het zondeprobleem heeft afgerekend middels de offergave van Zijn Zoon.

Schaeffer geeft een samenvatting van een eenvoudige benadering die hij "positieve psychologische hygiëne" noemt: "Als Christen moet ik mijzelf in de praktijk niet in het middelpunt van het universum plaatsen; ik moet iets anders doen. Als ik dat doe dan is dat goed, en als ik dat nalaat dan is dat een zonde. Maar dit is ook voor mij persoonlijk belangrijk in dit leven. Ik moet denken zoals God denkt en ik moet naar de dingen verlangen waarnaar God verlangt."13 "Naar de dingen te verlangen waarnaar God naar verlangt" betekent niet dat wij hoogmoedig moeten worden, maar dat wij in alle bescheidenheid anderen belangrijker dan onszelf achten (Filippenzen 2:3).

Het advies van Paulus in het boek Filippenzen is werkelijk veel waardevoller dan een groot aantal bezoeken aan de psycholoog: "Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan; laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had; doe alles zonder morren en tegenspreken; laat de Heer uw vreugde blijven; pas op voor die honden met hun kwalijke praktijken; laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen; schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient."

De keuze tussen de Christelijke psychologie en alle andere psychologische stromingen is duidelijk. Zoals Kilpatrick zegt: "Onze keuze... is werkelijk dezelfde als de keuze die Adam en Eva hadden: of wij vertrouwen op God, of wij geloven wat de slang zegt, namelijk dat wij zelf als goden kunnen worden."14

Leer meer!

Voetnoten:

Met toestemming gebruikt, uit het boek Understanding the Times: The Collision of Today’s Competing Worldviews (2e editie), David Noebel, Summit Press, 2006. Met dank aan John Stonestreet, David Noebel en de Christian Worldview Ministry van Summit Ministries. Alle rechten voorbehouden in het origineel.

1 William Kirk Kilpatrick, Psychological Seduction (Nashville, TN: Thomas Nelson, 1983), 14.
2 Voor een volledige discussie van Freuds psychologie, zie Armand M. Nicholi, Jr., The Question of God: C. S. Lewis and Sigmund Freud Debate God, Love, Sex, and the Meaning of Life (New York, NY: The Free Press, 2002). Dit boek wordt gebruikt in een cursus aan de universiteit van Harvard van Dr. Armand M. Nicholi, Jr. waarin hij de levensbeschouwing van C. S. Lewis afzet tegen die van Sigmund Freud.
3 Kilpatrick, Psychological Seduction, 15–16.
4 Charles L. Allen, God’s Psychiatry (Westwood, NJ: Revell, 1953), 7 (nadruk toegevoegd).
5 Alvin Plantinga, “Advice to Christian Philosophers,” Faith and Philosophy 1 (July 1984): 264–5. Geciteerd in J.P. Moreland en Scott B. Rae, Body & Soul: Human Nature & the Crisis in Ethics (Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 2000), 24.
6 Moreland en Rae, Body & Soul, 158.
7 J.P. Moreland en William Lane Craig, Philosophical Foundations for a Christian Worldview (Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 2003), 175: “Algemene ontologie is de meest primaire van de metafysische zaken, en er zijn drie hoofdtaken waar deze tak van de metafysische studies uit bestaat. Op de eerste plaats richt de algemene ontologie zich op de aard van het bestaan zelf. Wat betekent het om te zijn of om te bestaan? Is het bestaan een eigenschap die iemand kan hebben? Enzovoorts.”
8 Arthur Koestler en J.R. Smythies, eds., Beyond Reductionism (London, UK: Hutchinson Publishers, 1969), 251–2. Voor een bijgewerkte discussie over identiteit, zie Moreland en Craig, Philosophical Foundations, p. 290 en verder
9 Arthur C. Custance, Man in Adam and in Christ (Grand Rapids, MI: Zondervan, 1975), 256. Zie ook Wilder Penfield, The Mystery of the Mind (Princeton, NJ: Princeton University Press, 1975).
10 Francis Schaeffer, The Complete Works of Francis Schaeffer, 5 delen (Westchester, IL: Crossway Books, 1982), 3:329.
11 Paul Vitz, Psychology as Religion (Grand Rapids MI,: Eerdmans, 1985), 43.
12 Voor een verklaring van ziel, geest, verstand, hart enzovoorts, zie J.P. Moreland en Scott B. Rae, Body & Soul: Human Nature & the Crisis in Ethics (Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 2000).
13 Schaeffer, Complete Works, 3:334.
14 Kilpatrick, Psychological Seduction, 233.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen