Christendom en geschiedenis

Christendom en geschiedenis - Inleiding
Het verband tussen Christendom en geschiedenis kan als volgt worden belicht: "Paulus beschouwde de opstanding als een gebeurtenis in de geschiedenis die wordt bevestigd door ooggetuigenverslagen, die niet betrouwbaarder hadden kunnen zijn, waaronder zijn eigen getuigenis (1 Korintiërs 15:5-8). Voor Paulus was de opstanding een noodzakelijke voorwaarde voor de waarheid van het Christendom en de geldigheid van het Christelijke geloof."1

De basis voor het Christelijke wereldbeeld verscheen zo'n 2000 jaar geleden in de Persoon van Jezus Christus. Terwijl de uitspraak "Christus stierf voor onze zonden" een solide orthodoxe Christelijke theologie is, is de uitspraak "Christus stierf" een stuk geschiedenis. Als het historische fundament van het Christendom onderuit kon worden gehaald, dan zouden ook de Christelijke doctrines en dus de hele Christelijke wereldbeschouwing onderuit worden gehaald.

Christenen geloven daarnaast dat de Bijbel Gods geopenbaarde Woord aan de mens is, in de vorm van een betrouwbaar boek dat in de geschiedenis geworteld is. De geschiedenis is daarom voor Christenen van het grootste belang. Het Christelijke geloof zou bankroet zijn, als Christus geen historisch figuur was en de Bijbel geen historisch document dat Gods communicatie aan de mens beschrijft en gebeurtenissen in het leven van Christus heeft vastgelegd (1 Korintiërs 15:14).

Als het Christelijke perspectief juist is, dan heeft de geschiedenis al geopenbaard welk wereldbeeld de feiten van de realiteit correct beschrijft. Christenen geloven dat de mensheid 2000 jaar geleden een vrijkoping uit zijn zondige bestaan werd aangeboden en dat dit tegenwoordig nog net zo krachtig is als toen.

Christendom en geschiedenis - De Bijbel en geschiedenis
Wanneer we de beweringen over het Christendom en de geschiedenis in beschouwing nemen, dan moeten we de volgende vraag stellen: "Kunnen wij erop vertrouwen dat de Bijbel ons de waarheid vertelt over Gods handelingen in de geschiedenis?" Het grootste gedeelte van de negatieve kritiek op de Bijbel is, zoals Norman L. Geisler zegt, "pre-archeologisch en is gebaseerd op onbewezen filosofische vooronderstellingen die sindsdien vanwege de archeologie niet meer aan de orde zijn. Net zoals dit geldt voor het Oude Testament, is ook de historische betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament gebaseerd op twee hoofdpunten: de betrouwbaarheid van de manuscripten van het Nieuwe Testament en de betrouwbaarheid van de ooggetuigen van het Nieuwe Testament."2

Het eerste punt moeten we verder onderzoeken wanneer de historiciteit van de Bijbel bepaald wordt door het auteurschap. Werd de Bijbel geschreven door ooggetuigen van historische gebeurtenissen, of werden sommige boeken pas vele jaren na de feiten geschreven door mensen die slechts vage verhalen hadden gehoord over de gebeurtenissen die zij probeerden te beschrijven? Schreef een van de apostelen van Christus bijvoorbeeld zelf het boek van Matteüs, of werd het boek geschreven door iemand zonder persoonlijke kennis over het leven van Christus om zo de positie van het Christendom te verstevigen?

Er bestaat onder de tegenwoordige Schriftgeleerden weinig twijfel dat de boeken van de Bijbel grotendeels door ooggetuigen werden geschreven. William F. Albright, een vermaard archeoloog uit de twintigste eeuw, schrijft: "Naar mijn mening werd elk boek van het Nieuwe Testament ergens tussen de jaren veertig en de jaren tachtig van de eerste eeuw geschreven door een gedoopte Jood (zeer waarschijnlijk ergens tussen 50 en 75 na Christus)."3

Zelfs H.G. Wells, een atheïst, erkent dat "de vier evangelies... ongetwijfeld enkele decennia na de dood [van Christus] al bestonden."4 Het bewijs leidt tot de conclusie dat de historische verslagen in de Bijbel geschreven werden door mensen die zelf in deze periode van de geschiedenis leefden.5

Maar dan wordt er een tweede tegenargument naar voren geschoven. Is het mogelijk, zeggen de sceptici, dat de Bijbel toen hij geschreven werd een nauwkeurig historisch document was, maar dat onvermijdelijke fouten van de kopieerders door de eeuwen heen ertoe hebben geleid dat de Bijbel nu onnauwkeurig en onbetrouwbaar is? Op het eerste oog lijkt dat een plausibele bewering. Maar deze theorie werd aan duigen geslagen door één enkele archeologische ontdekking, ongeveer een halve eeuw geleden. Gleason L. Archer, Jr. legt dit uit: "Ook al waren de twee kopieën van het boek Jesaja, die in grot 1 te Kumran bij de Dode Zee in 1947 werden ontdekt, duizend jaar ouder dan het oudste manuscript dat we tot op dat moment in handen hadden (van ongeveer 980 na Christus), toch bleek meer dan 95% van de tekst woord voor woord identiek te zijn aan onze standaard Hebreeuwse Bijbel. En de 5% variatie bestond hoofdzakelijk uit duidelijke schrijffouten en variaties in de spelling."6 Dit betekent dat een manuscript dat duizend jaar ouder was dan de oudste kopie van de Bijbel die men op dat moment ter beschikking had, bewijs leverde voor de nauwkeurigheid van de overlevering van de Bijbel. Die bleek dus nagenoeg foutloos te zijn.

Sterker nog, archeologische ontdekkingen hebben de waarheid van de Bijbel consequent bevestigd. Nelson Gluck zegt: "Er kan categorisch beweerd worden dat geen enkele archeologische ontdekking ooit een Bijbelse verwijzing heeft tegengesproken."7 Simon Greenleaf van de Universiteit van Harvard (in de negentiende eeuw het hoogste gezag op het gebied van bewijsvoering in het strafrecht) gelooft "dat de vakkundigheid van de documenten van het Nieuwe Testament in elke rechtbank zou worden bevestigd."8

Christendom en geschiedenis - Doelgerichtheid in de geschiedenis
Wat betreft Christendom en geschiedenis kunnen we zeggen dat Christenen de geschiedenis beschrijven aan de hand van de schepping, de zondeval en de vrijkoping door God; een reeks gebeurtenissen die begon met Gods goede schepping, de opstand van de mensheid tegen God en Gods uiteindelijke plan voor een Goddelijke tussenkomst, vrijkoping en herstel. De volledige schepping is dus geheiligd en valt onder Gods zegeningen, Gods oordeel en Gods reddende doeleinden. Dit geloof in een schepping/zondeval/herstel heeft enorme implicaties voor de mensheid. Als de Christelijke filosofie van de geschiedenis juist is, dan heeft niet het alleen het grote "verhaal" van de mensheid zin en betekenis, maar is zelfs elk moment van ons bestaan geladen met een doelgerichtheid. C.S. Lewis legt dit als volgt uit: "Als er een God is die volledig doelgericht en volledig vooruitziend te werk gaat in een natuur die een gesloten systeem is van samenwerkende delen, dan kunnen er geen ongelukken of losse toevalligheden bestaan; dan kan er niets bestaan waarvoor wij het woord 'slechts' zouden kunnen gebruiken. Niets is 'slechts' een bijproduct van iets anders. Alle resultaten komen dan doelbewust voort uit het eerste."9

Wij kunnen inderdaad begrijpen hoe God in onze levens te werk gaat door te begrijpen dat God de loop van de geschiedenis leidt. Butterfield verklaart dit als volgt: "Er zijn mensen die de gevolgen van hun zonden over zichzelf afroepen en dan zeggen dat het een kastijding van God is; of zij zeggen dat God hen op de proef stelt, hen door het vuur beproeft, hen gereed maakt voor het een of andere belangrijke karwei dat Hij voor hen klaar heeft liggen. Mensen die deze kijk op hun individuele levens toepassen zullen gemakkelijk inzien dat deze kijk ook geprojecteerd kan worden op de geschiedenis als geheel."10 Daarom is het leven van een Christen doordrongen van doelgerichtheid en betekenis.

Maar om nauwkeurig over doelgerichtheid te kunnen spreken, moeten Christenen niet alleen spreken over Gods handelingen in de geschiedenis, maar ook over het uiteindelijke doel waar Hij ons naartoe leidt. Doelgerichtheid impliceert een onophoudelijke betrokkenheid van God, een geleiding van de loop van de gebeurtenissen in de geschiedenis van de mens en een uiteindelijk doel. Christenen geloven dat de geschiedenis zich naar een specifieke climax begeeft: de dag van het oordeel (Handelingen 17:31; Romeinen 2:11-16). Op dat moment zal de overwinning van Christus over de zonde voor alle mensen duidelijk worden en zullen alle Christenen uit de geschiedenis mogen delen in Zijn triomf. Dit is het goede nieuws van het Christendom, de waarheid die alle beproevingen op aarde draagbaar maakt. Paulus vat zijn geloof op de volgende manier samen: "Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard" (Romeinen 8:18; 2 Korintiërs 4:11-18). De geschiedenis beweegt zich uiteindelijk naar een triomfantelijk einde. Zelfs op dit moment in de geschiedenis brengt God de menselijke geschiedenis dichter tot dat eindpunt; een eindpunt dat feitelijk slechts het begin is.

Christendom en geschiedenis - Conclusie
De Christelijke kijk op de geschiedenis draait om de betrouwbaarheid van de Bijbel. Het historische fundament van de Bijbel, zoals vastgelegd in beide Testamenten en bevestigd door de archeologie en seculiere werken, heeft de tand des tijds doorstaan.

Vanwege het Bijbelse begrip van de gevallen, zondige aard van de mensheid zijn Christenen in staat om een consequent beeld te vormen van het verleden, het heden en de toekomst, alsmede van onze eigen rol in de geschiedenis. We kunnen in vrijheid kiezen voor een gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid aan God, maar alleen in gehoorzaamheid kunnen wij de geschiedenis op een positieve manier beïnvloeden. Ongeacht onze keuzes - goed of fout - zal God onze daden gebruiken om de geschiedenis naar Zijn uiteindelijke doel te bewegen: de dag van het oordeel, het herstel van de hemelen en de aarde (1 Timoteüs 6:13-19; 2 Petrus 3:13) en het nieuwe tijdperk met daarin Jezus Christus als Koning der koningen en Heer der heren. Dit geloof in een climactische afsluiting impliceert voor Christenen een lineair begrip van de geschiedenis, die een weerspiegeling is van de enorme doelgerichtheid die God aan de geschiedenis heeft toegekend. Wijze mensen gaan nog steeds naar Hem op zoek, en terecht, want Hij is de enige bron van zin en betekenis in de geschiedenis en in het leven.

Leer meer!

Voetnoten:

Met toestemming gebruikt uit het boek Understanding the Times: The Collision of Today’s Competing Worldviews (Rev. 2nd ed), David Noebel, Summit Press, 2006. Met dank aan John Stonestreet, David Noebel en de Christian Worldview Ministry van Summit Ministries. Alle rechten voorbehouden in het origineel.

1 Ronald H. Nash, Christian Faith and Historical Understanding (Dallas, TX: Probe Books, 1984), 112.
2 Norman L. Geisler, Systematic Theology, 4 delen. (Minneapolis, MN: Bethany House, 2002), 1:461.
3 W.F. Albright, “Toward a More Conservative View,” Christianity Today, Jan. 18, 1963, 4.
4 H.G. Wells, The Outline of History (Garden City, NY: Garden City Publishing, 1921), 497.
5 Voor een volledige uitleg van de historiciteit van zowel het Oude als het Nieuwe Testament, zie Norman L. Geisler, Systematic Theology, 1:438f. Voor een uitleg van de historiciteit van het Oude Testament, zie K. A. Kitchen, On The Reliability Of The Old Testament (Grand Rapids, MI: Eerdmans, 2003).
6 Gleason L. Archer, Jr., A Survey of Old Testament Introduction (Chicago, IL: Moody Press, 1968), 1
7 Nelson Glueck, Biblical Archaeologist, vol. 22 (Dec. 1959): 101.
8 John Warwick Montgomery, Human Rights and Human Dignity (Dallas, TX: Probe Books, 1986), 137.
9 C.S. Lewis, Miracles: A Preliminary Study (London, UK: Geoffrey Bles, 1952), 149. Norman Geisler zegt over het werk van Lewis over wonderen: “Het beste algemene apologetische werk over wonderen dat in deze eeuw is geschreven” (Miracles and Modern Thought [Dallas, TX: Probe Ministries International, 1982], 167). Geisler’s werk is een onderdeel van het curriculum van de Christian Free University .
10 C.T. McIntire, redacteur, God, History, and Historians (Oxford, UK: Oxford University Press, 1977), 201.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen