Islamitische ethiek

Islamitische ethiek – Inleiding
Wat betreft de Islamitische ethiek geeft S. Parvez Manzoor een duidelijke samenvatting: “Er bestaat in de Islam geen onderscheid tussen ethiek en wet.”1

Vanwege het nauwe verband tussen Islamitische ethiek en recht, zal dit artikel slechts kort ingaan op bepaalde elementen van de Islamitische ethiek. Een bestudering van de Islamitische ethiek is vruchtbaarder wanneer deze wordt uitgevoerd samen met een bestudering van de Islamitische kijk op recht en wetgeving (zie het gerelateerde artikel).

Islamitische ethiek – Mohammed als voorbeeld
Historisch gezien leiden moslims hun ethiek af van de Koran en de Hadith. De Koran bevat verschillende geboden die de volgelingen van Mohammed moeten gehoorzamen. De Hadith geven een voorstelling van Mohammed als de voorbeeldmens die door moslims in alle opzichten nagebootst moet worden. “Mohammed was slechts een sterfelijk mens die van God de opdracht had gekregen om het woord van God te onderwijzen en een voorbeeldleven te leiden,” schrijft Hammuda Abdalati. “Hij staat in de geschiedenis als het beste model voor de mens wat betreft vroomheid en perfectie. Hij is een levend voorbeeld van wat een mens kan zijn en wat hij kan bereiken in het domein van uitmuntendheid en deugdzaamheid.”2

Ram Swarup legt uit hoe de handelingen en de scherpzinnigheid van Mohammed, zoals beschreven in de Hadith, door moslims worden gezien:

    De Profeet wordt als het ware betrapt in de alledaagse handelingen van zijn leven – eten, slapen, voortplanten, bidden, haten, rechtspreken, plannen van expedities en wraak tegen zijn vijanden. Het beeld dat zo gevormd wordt kan nauwelijks vleiend worden genoemd en men kan zich afvragen waarom dit überhaupt werd opgeschreven en of dit gedaan werd door bewonderaars of door vijanden. Men kan zich ook afvragen hoe de gelovigen, de ene generatie na de andere, dit verhaal zo inspirerend kunnen hebben vinden.

    Het antwoord is dat de [moslim] gelovigen geconditioneerd zijn om de hele zaak met gelovige ogen te bekijken. Een ongelovige kan, omdat hij fundamenteel misleid is, de Profeet mogelijk sensueel en wreed vinden – en een groot aantal dingen die hij deed voldoen zeker niet aan de normale standaarden voor moraliteit – maar de gelovigen bekijken de hele zaak anders. Voor hen wordt moraliteit afgeleid van de handelingen van de Profeet; wat hij gedaan heeft is per definitie moreel juist. De handelingen van de Profeet worden dus niet bepaald door moraliteit, maar zijn handelingen bepalen en definiëren juist wat moraliteit is. Mohammeds handelingen waren geen gewone handelingen; zij waren Allah's eigen handelingen [d.w.z. handelingen die door Allah geleid en goedgekeurd werden].

    Op deze manier en volgens deze logica werden de meningen van Mohammed de dogma's van de Islam en werden zijn persoonlijke gewoonten en idiosyncrasieën de morele standaarden: Allah's geboden die alle gelovigen in alle tijden en klimaten moeten volgen.3
We zullen enkele van deze tradities uit Mohammeds leven en leer in andere artikelen gedetailleerd bekijken.

Islamitische ethiek – Morele absolute waarden
De Islamitische kijk op de ethiek erkent, net als de Christelijke kijk op de ethiek, het bestaan van absolute ethische waarden. Terwijl morele waarden in het geval van de Bijbel geworteld zijn in Gods essentiële karakter, onderwijst de Koran dat God uiteindelijk niet kenbaar is. Bepaalde handelingen zijn goed, niet omdat zij kunnen worden afgeleid uit Gods goede karakter, maar omdat God ervoor kiest om ze goed te noemen. God zou een heel andere verzameling van morele principes kunnen hebben uitgevaardigd. Daarom weten moslims wat moreel goed is aan de hand van Gods verordening. De Islam en het Christendom zijn het over enkele van de morele standaarden eens, maar er bestaan ook significante verschillen.

Hammudah Abdalati vat de Islamitische moraliteit als volgt samen:

In de Islam concentreert moraliteit zich op bepaalde basisovertuigingen en -principes. Dit zijn onder andere de volgende: (1) God is de Schepper en de Bron van alle goedheid, waarheid en schoonheid. (2) De mens is een verantwoordelijke, respectabele en eerwaardige vertegenwoordiger van zijn Schepper. (3) God heeft alles in de hemel en op aarde in dienst van de mensheid geplaatst. (4) Door Zijn Genade en Wijsheid verwacht God niet het onmogelijke van de mens en houdt Hij de mens niet verantwoordelijk voor dingen waarover hij geen macht heeft. God verbiedt de mens ook niet om te genieten van de goede dingen in het leven. (5) Matiging, praktische haalbaarheid en balans zijn de garanties voor een hoge mate van integriteit en een degelijke moraliteit. (6) Alle dingen zijn in principe toegestaan, behalve wat uitdrukkelijk verplicht genoemd wordt (dan moet zoiets gedaan worden) of wat uitdrukkelijk verboden wordt genoemd (dan moet dit vermeden worden). (7) De mens moet uiteindelijk verantwoording afleggen aan God en zijn hoogste doel is om zijn Schepper te behagen.4

Islamitische ethiek – Conclusie
In de Islamitische ethiek zien moslims Mohammed als het voorbeeld van een menselijk wezen. Hij is degene die alle mensen zouden moeten nabootsen. Naast enkele algemenere deugden vormen de "Vijf Zuilen van de Praktijk" de kern van de Islamitische ethiek. Van een groot aantal motivaties voor ethisch gedrag is de anticipatie van het laatste oordeel de sterkste.

Leer meer!

Voetnoten:
Met toestemming gebruikt. Uit het boek Understanding the Times: The Collision of Today’s Competing Worldviews (2e editie), David Noebel, Summit Press, 2006. Met dank aan John Stonestreet, David Noebel en het boek Christian Worldview Ministry van Summit Ministries. Alle rechten voorbehouden in het origineel.

1 “Islamic Conceptual Framework”, sectie over “Shari’ah: The Ethics of Action,” http://www.islamonline.net/english/Contemporary/2002/05/Article23.shtml.

2 Hammuda Abdalati, Islam in Focus (Indianapolis, IN: Amana Publications, 1978), 8.

3 Ram Swarup, Understanding Islam Through Hadis (Delhi, India: Voice of India, 1983), xv–xvi, zoals geciteerd in George W. Braswell, Islam: Its Prophet, Peoples, Politics and Power (Nashville, TN: Broadman and Holman, 1996), 83.

4 Abdalati, Islam in Focus, 40.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen