Marxisme en wetenschap

Marxisme en wetenschap – Inleiding
Op het gebied van Marxisme en wetenschap geeft Karl Marx ons de kern van zijn theorie: “Darwins [Oorsprong der Soorten] is zeer belangrijk en voorziet mij van de basis in de natuurwetenschappen voor de klassenstrijd in de geschiedenis.”1

Terwijl Karl Marx en Frederick Engels hun communistische levensbeschouwing ontwikkelden, presenteerde Charles Darwin zijn evolutietheorie. Hij veroorzaakte hiermee de nodige commotie onder de intellectuelen van de negentiende eeuw. Veel mensen waren van mening dat Darwins theorie het fundament zou kunnen bieden voor een volledig materialistisch perspectief op het leven. Marx en Engels bevonden zich onder de mensen die de bruikbaarheid van Darwins theorie herkenden als zo'n fundament voor hun eigen theorie van het dialektisch materialisme.

In een brief aan Engels schrijft Marx: “Gedurende... de afgelopen vier weken heb ik allerlei zaken gelezen, waaronder Darwins werk over natuurlijke selectie. En hoewel het geschreven is in de rauwe Engelse stijl, is dit het boek dat de basis in de natuurwetenschappen bevat voor ons standpunt.”2

John Hoffman vertelt ons dat Marx zó'n bewonderaar was van Darwins werk, dat hij “Darwin een complementaire kopie van deel I van "Het Kapitaal" stuurde en (zonder succes) probeerde om deel II aan hem op te dragen.”3 Darwins vrouw stond erop dat hij geen betrekkingen met “die atheïst” zou aangaan.

Marxisme en wetenschap – Darwin, Marx en de samenleving
Op het gebied van Marxisme en wetenschap geloofde Marx dat Darwins evolutietheorie op een natuurlijke manier uitgebreid zou kunnen worden om vragen over de menselijke samenleving te beantwoorden. Marx had het gevoel dat de samenleving, net als het leven zelf, door een evolutionair proces ging en een dergelijk proces moest blijven ondergaan totdat een klassenloze samenleving zou zijn geëvolueerd. Marx integreerde dit idee van evolutie in zijn wereldbeeld. Hij schreef: “Darwin heeft onze interesse opgewekt in de geschiedenis van de technologie van de Natuur, dat wil zeggen in de vorming van de organen van planten en dieren, wier organen dienen als de productiemiddelen voor het leven. Verdient de geschiedenis van de productieve organen van de mens, of organen die de materiële basis vormen voor elke sociale organisatie, niet eenzelfde aandacht?”4

Engels legt meer openlijk een verband tussen de theorieën van Darwin en Marx: “Net zoals Darwin de evolutiewet in de organische natuur heeft ontdekt, zo heeft Marx de evolutiewet in de menselijke geschiedenis ontdekt.”5

Deze bewering werd bevestigd door de hele ontwikkeling van het Marxisme heen. V.I. Lenin weergalmt de ideeën van Marx en Engels. Hij legt de nadruk op de wetenschappelijke aard van hun theorie: “Net zoals Darwin het idee ten einde bracht dat dieren- en plantensoorten niet met elkaar verbonden, 'door God geschapen' en onveranderlijk zijn, en hij de eerste was die de biologie een absoluut wetenschappelijke basis heeft gegeven.... zo was Marx... de eerste die de sociologie een wetenschappelijke basis heeft gegeven...”6

Marxisten zien evolutie als een essentiële steunpilaar van hun wereldbeeld, grotendeels vanwege het feit dat dit zo goed past bij hun sociale en historische theorie.

Marxisme en wetenschap – Darwin en teleologie
De grondleggers van het Marxisme hadden nog een andere reden om Darwins evolutietheorie in hun gedachtensysteem op te nemen. Net zoals de seculier humanistische theologie niet overeind kan blijven staan als het bestaan van God wordt aanvaard, zo staat ook de Marxistische theologie lijnrecht tegenover God. Atheïsme is de kern van de Marxistische theorie. Deze levensbeschouwing kan alleen samenhangend en consequent zijn als God en het bovennatuurlijke niet bestaan. Daarom werd deze biologische theorie, die God overbodig maakt voor de oorsprong van het leven, gretig door Marx en zijn volgelingen omarmd.

Marx verkondigde dat Darwins "Oorsprong der Soorten" de “doodsklap” had uitgedeeld “...aan de teleologie.”7 F.V. Konstantinov weergalmt het sentiment van Marx in "The Fundamentals of Marxist-Leninist Philosophy": “Darwins evolutietheorie is de derde grote wetenschappelijke ontdekking die werd gedaan in het midden van de 19e eeuw. Darwin maakte een einde aan het idee dat dieren- en plantensoorten 'goddelijke scheppingen' zijn, die niet met andere dingen verbonden zijn, van de voorzienigheid en onveranderlijk. Zo legde hij het fundament van de theoretische biologie.”8

Deze “grote wetenschappelijke ontdekking” is van cruciaal belang. Zonder de evolutietheorie zou het ontwerp van het universum alleen verklaard kunnen worden door een rationele, doelgerichte, machtige God te postuleren en dat is voor de Marxist ondenkbaar. Wonderen kunnen niet plaatsvinden in een materialistische levensbeschouwing en dus moet de evolutieleer zonder voorbehoud door het Marxisme worden aangenomen.

Marxisme en wetenschap – Darwin en dialektiek
Darwins evolutietheorie leek perfect te mengen met de interpretatie van de dialektiek door Marx. Marx schrijft: “U zult uit de conclusie in mijn derde hoofdstuk zien... dat ik in de tekst de wet die Hegel ontdekte beschrijf... als geldig in zowel de geschiedenis als de natuurwetenschap.”9 Als de natuur dialektisch is (het Hegeliaanse proces van verandering) en Darwins idee over de schepping van soorten door het natuurlijke mechanisme correct was, dan was Darwins theorie volgens Marx dialektisch.

Darwins evolutietheorie leek voor Marxisten dialektisch, omdat de ontwikkeling als een proces werd beschreven. Engels geloofde dat Darwins “nieuwe kijk op de natuur wat betreft de belangrijkste kenmerken volledig was; elke starheid was opgelost, elke onveranderlijkheid was verdwenen; elke bijzonderheid die voorheen als eeuwig werd beschouwd, werd vergankelijk; er was nu aangetoond dat de hele natuur zich in een eeuwige stroom en volgens een cyclische koers voortbeweegt.”10 Het idee van een eeuwige stroom was belangrijk voor het Marxistische wereldbeeld, om in overeenstemming te blijven met het geloof van Engels: “De wereld moet niet begrepen worden als een complex van pasklare dingen, maar als een complex van processen.”11

Een andere reden waarom Darwins theorie de kijk van Marx op de dialektiek leek te verstevigen, was dat deze stond voor een evolutie van eenvoud naar complexiteit. De Marxistische dialektiek stelt dat dit proces zich altijd in een opwaartse spiraal bevindt – dat de synthese altijd een meer geavanceerde fase is dan de voorgaande these. Darwins theorie van natuurlijke selectie leek op hetzelfde idee van verandering te zijn gebaseerd – geavanceerdere soorten evolueerden die beter aangepast waren aan het leven in hun omgeving; de natuur accumuleerde alles wat goed was en ontdeed zich van alles wat slecht was.

Op het eerste gezicht leek Darwins theorie over evolutionaire veranderingen perfect te passen bij het idee van Marx over de dialektiek. Maar een nadere beschouwing laat een ander beeld zien. Lenin zinspeelde op een probleem toen hij de theorieën van Marx loskoppelde van die van Darwin en deze zelfs boven die van Darwin plaatste, toen hij beweerde: “Toch is dit idee, zoals geformuleerd door Marx en Engels op basis van de filosofie van Hegel, veel omvangrijker en inhoudelijk veel rijker dan het huidige idee van [Darwinistische] evolutie.”12 Lenin zag een verschil tussen Darwinistische evolutie en de dialektiek toegepast op de natuur.

Marxisme en wetenschap – Conclusie
De sleutel tot een goed begrip van Marxisme en wetenschap is de erkenning dat de Marxistische interpretatie van evolutie een aantal wijzigingen heeft ondergaan sinds Marx de theorie van Darwin voor het eerst omarmde. Deze wijzigingen laten zien hoe bereidwillig de Marxisten zijn om Darwins theorie van geleidelijke veranderingen aan te passen en te verdraaien in pogingen om deze meer verenigbaar te maken met hun dialektiek. Het Marxisme probeert de evolutietheorie op een zodanige manier te interpreteren dat deze de dialektiek ondersteunt en het bovennatuurlijke ontkent.

Los van de vraag hoe wetenschappelijk of onwetenschappelijk de evolutietheorie is, kunnen we van één ding zeker zijn: de Marxistische biologie verkondigt consequent dat deze leer feitelijk gegrond is in de wetenschap. De evolutie biedt een basis voor zowel de Marxistische theologie als de Marxistische filosofie, en zonder dit fundament zijn Marxisten niet in staat om het ontwerp van het universum en de fenomenen van het menselijk verstand te verklaren. Zoals Engels zegt: “In onze evolutionaire voorstelling van het universum is er absoluut geen plaats voor een schepper of een heerser.”13

Leer meer!

Met toestemming gebruikt. Uit het boek Understanding the Times: The Collision of Today's Competing Worldviews (2e editie), David Noebel, Summit Press, 2006. Met dank aan John Stonestreet, David Noebel en het Christian Worldview Ministry van Summit Ministries. Alle rechten voorbehouden in het origineel.

Voetnoten:
1 Karl Marx en Frederick Engels, Selected Correspondence (New York, NY: International Publishers, 1942), 125.
2 Charles J. McFadden, The Philosophy of Communism (Kenosha, WI: Cross, 1939), 35–6. Zie ook Jacques Barzun’s Darwin, Marx and Wagner (Chicago, IL: University of Chicago Press, 1981) voor meer achtergrond over dit punt.
3 John Hoffman, Marxism and the Theory of Praxis (New York, NY: International Publishers, 1976). 69
4 Karl Marx, Capital, 3 delen (Londen, Verenigd Koninkrijk: Lawrence and Wishart, 1970), 1:341.
5 Frederick Engels, Selected Works, 3 delen (New York, NY: International Publishers, 1950), 2:153, geciteerd in R.N. Carew Hunt, The Theory and Practice of Communism (Baltimore, MD: Penguin Books, 1966), 64.
6 V.I. Lenin, Collected Works, 45 delen (Moskou, Sovjet-Unie: Progress Publishers, 1977), 1:142.
7 Marx, Selected Correspondence, 125.
8 F.V. Konstantinov, red., The Fundamentals of Marxist-Leninist Philosophy (Moskou, Sovjet-Unie: Progress Publishers, 1982), 42.
9 Geciteerd in McFadden, The Philosophy of Communism, 36.
10 Engels, Dialectics of Nature, 13.
11 Frederick Engels, Ludwig Feuerbach (New York, NY: International Publishers, 1974), 54.
12 Lenin, Collected Works, 24:54–5.
13 Frederick Engels, Socialism: Utopian and Scientific (New York, NY: International Publishers, 1935), 21.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen