Postmoderne politiek

Postmoderne politiek – Inleiding
De Amerikaan Richard Rorty typeert kort maar treffend de postmoderne politiek: “Ik zie de 'orthodoxen' (de mensen die denken dat traditionele gezinsnormen gebaat zijn bij het verjagen van homoseksuelen uit het leger) als dezelfde eerlijke, fatsoenlijke, rampzalige mensen die in 1933 voor Hitler stemden. Ik zie de 'progressieven' als de mensen die het enige Amerika definiëren waar ik om geef.”1

Steven Best en Douglas Kellner houden de postmoderne politiek scherpzinnig in de gaten. Zij zeggen het volgende over de huidige status van de postmoderne politiek: “Zoals ook geldt voor de postmoderne theorie, bestaat er geen 'postmoderne politiek', maar veeleer een verzameling conflicterende proposities die voortkomt uit de vaagheden van sociale verandering en meerdere postmoderne theoretische perspectieven.”2 Postmoderne politici bestaan in verschillende gedaanten. Aan de ene kant van het spectrum vinden we de “anti-politiek” van Baudrillard, een “cynische, wanhopige afwijzing van de overtuiging”3 dat de politiek gebruikt kan worden om de samenleving te veranderen. Tegenover Baudrillards negatieve, nihilistische benadering staat een meer bevestigende benadering, die wordt beschreven door Foucault, Lyotard en Rorty, die suggereren dat de weg naar “vergroting van de individuele vrijheid” en “progressieve veranderingen”4 bestaat uit een focus op plaatselijk niveau.

Al bestaat er gebrek aan consensus over de postmoderne politiek, toch geloven de meesten dat de postmodernisten zich aan de linkerzijde van het politieke spectrum bevinden. Barbara Epstein, een zelfverkondigde “gematigde” postmoderniste, schrijft: “Veel mensen, binnen en buiten de postmoderne gemeenschap, hebben het postmodernisme gelijkgesteld aan politiek links.”5 Stephen R.C. Hicks is het hiermee eens. Hij schrijft: “Onder de belangrijkste namen van de postmoderne beweging bevindt zich geen enkele die niet behoorlijk links is.”6

De meeste Franse postmodernisten kwamen voort uit de Marxistische traditie; sommigen groeiden op in gezinnen die linkse idealen onderschreven, anderen waren voormalige Stalinisten. Foucault sloot zich aanvankelijk aan bij de Maoïstische “Gauche Proletarienne” en de Franse Communistische Partij, maar verliet deze partij toen hij ontdekte wat hun houding ten aanzien van homoseksualiteit was. Na verloop van tijd bewoog Foucault zich steeds verder van het Marxisme vandaan, vooral van de “nadruk op de staat” van het klassieke Marxisme. Foucault scheef later: “Het Marxisme bestaat in de negentiende-eeuwse gedachte als een vis in het water; dat wil zeggen, het kan nergens anders ademen [dat wil zeggen, buiten de negentiende eeuw houdt het op te bestaan].”7 Anthony Thomson beweert dat het postmodernisme over het algemeen “wordt aangedreven door het falen van het staatssocialisme dat door het Marxisme werd geïnspireerd.”8 Maar ondanks deze aversie tegen enkele aspecten van het Marxisme, verliet Foucault het Marxisme niet volledig. Hij bleef vooral “onder de diepgaande invloed van de Marxistische analyses van machtsrelaties en de rol van economische ongelijkheid bij de bepaling van sociale structuren.”9 Mark Lilla merkt op dat Foucault het gevoel had dat hij “iets radicalers” nodig had dan het klassieke Marxisme, en dus wendde hij zich tot “Nietzsche en Heidegger, maar ook tot de avant-garde schrijvers en surrealisten wier vijandigheid jegens de bourgeoisie esthetischer en psychologischer vormen aannam.”10

Postmoderne politiek – Linkse politiek
Volgens postmodernisten draait de politiek niet rond politieke partijen, utopische visies of een hoogste ”telos”; in plaats daarvan is de politiek een experimenteel werktuig dat een radicale kritiek op de bestaande machtsstructuren in een samenleving met zich meebrengt; de identificatie van onderdrukte bevolkingsgroepen en de remedie waarmee dergelijke geïdentificeerde groepen een gevoel van sociale rechtvaardigheid kunnen bereiken.

Sommige postmodernisten, waaronder Foucault en Rorty, gebruiken termen als “politiek links” en “progressivisme” om hun benadering van de politiek te beschrijven. Volgens Foucault beschrijft een progressieve politiek “de mogelijkheden tot transformatie en het samenspel van de afhankelijkheden tussen dergelijke transformaties, terwijl andere politieke benaderingen vertrouwen op een uniforme abstractie of toeval of... de beschikbaarheid van genialiteit.”11 Dit betekent dat “Foucault zich méér toelegt op de ontwikkeling en de beschrijving van een politiek die de transformerende mogelijkheden in het heden in beschouwing neemt, dan op een politiek die draait rond individuele grote leiders met utopische visies voor de toekomst.”12

Foucault veronderstelt dat er geen hoogste doel (telos) bestaat voor de politiek of wat hij noemt: “de thema's van betekenis, oorsprong... [of] de diepe teleologie van een oerbestemming” 13, net zoals er geen hoogste doel bestaat voor het leven. Sara Mills schrijft: “Foucault lijkt te proberen om een basis voor productieve politieke activiteit vast te stellen zonder het eens te hoeven zijn met een wijd bereik aan problematische aannames over vooruitgang en de rol van individuen als initiators van politieke veranderingen.”14

Mills suggereert dat Foucault “het niet nodig lijkt te vinden om een volledig uitgewerkt politiek standpunt te hebben, omdat hij juist reageerde op het gevoel dat er een partijprogramma moest worden gevolgd.”15 Met andere woorden, er bestaat geen juiste benaderingswijze voor de politiek omdat er geen overkoepelend verhaal bestaat dat waar is voor het leven of de politiek. Lyotard legt dit uit: “Dankzij de vernietiging van de grote verhaallijnen bestaat er geen overkoepelende identiteit meer voor het subject of voor de samenleving. In plaats daarvan zijn individuen de raakvlakken waar domeinen van conflicterende morele en politieke codes bijeenkomen en waar de sociale band wordt gefragmenteerd.”16

Foucault verwoordt zijn domein van politieke voorkeuren als volgt: “Ik denk dat ik feitelijk de meeste velden van het politieke schaakbord wel eens heb ingenomen, de ene na de andere en soms tegelijkertijd: als anarchist, als progressief, opzichtig of verkapt Marxist, expliciet of geheim anti-Marxist, technocraat in dienst van het Gaullisme, nieuw links, enzovoorts... Het is waar dat ik mijzelf niet graag een stempel opdruk en dat ik mij vermaak met de verscheidenheid aan manieren waarop ik al ben ingeschat en geclassificeerd.”17

Foucault beweert dat hij “de meeste velden van het politieke schaakbord” wel eens heeft ingenomen, maar net als de meeste andere grondleggers van het postmodernisme heeft hij het spel alleen aan de uiterste linkerzijde van het bord gespeeld! “Links” is daarom het juiste woord om de postmoderne benadering van de politiek samen te vatten.

Postmoderne politiek – Identiteitspolitiek
Barbara Epstein legt uit hoe de postmoderne beweging begon: “Het scala aan ideologieën dat ik het postmodernisme noem, vindt zijn oorsprong in de werken van een groep Franse intellectuelen uit de jaren '60. De meest prominente figuren waren Michel Foucault, Jacques Derrida, Jacques Lacan en Jean-Francois Lyotard. De mensen die het postmodernisme ontwikkelden worden vaak in verband gebracht met het radicalisme van de jaren '60.”18

De seksuele en feministische revoluties die begonnen in de zestiger jaren wilden het onrecht rechtzetten dat in stand werd gehouden door de Westerse cultuur, met name de “puriteinse” Verenigde Staten.19 Het onrecht werd geïdentificeerd als: blank, Europees, mannelijk, heteroseksueel en Joods-christelijk. Epstein observeerde dat “een reden voor het algemene succes van het postmodernisme is dat het veel gemakkelijker is om kritisch te zijn, dan om een positieve visie te presenteren.”20 In hun verlangen om sociaal-politieke structuren omver te werpen die zij als onderdrukkend, radicaal of revolutionair beschouwden, ontwikkelden de onruststokers het idee van de identiteitspolitiek om het sociale en politieke onrecht te corrigeren dat volgens hen door de Westerse beschaving in stand werd gehouden.

Identiteitspolitiek streeft naar de vergroting van de belangen van bepaalde groepen in de samenleving die als slachtoffers van sociaal onrecht worden beschouwd. De identiteit van de onderdrukte bevolkingsgroep biedt een politieke basis die mensen kan verenigen.21 Radicale feministen identificeerden bijvoorbeeld alle vrouwen als slachtoffers van mannelijke onderdrukking. Zodra zij hun betoog hadden opgebouwd, werd alles wat nodig was om vrouwen te bevrijden van de mannelijke dominantie “politiek correct” beschouwd.

Alan Sokol citeert feministe Kelly Oliver: “Om revolutionair te kunnen zijn, moeten feministische theorieën politieke werktuigen zijn; strategieën die onderdrukking in specifieke, concrete situaties kunnen overwinnen. Het doel van de feministische theorie is daarom de ontwikkeling van strategische theorieën. Geen ware theorieën, geen valse theorieën, maar strategische theorieën.”22 Omdat er geen ware theorieën bestaan, bestaat de revolutionaire methode uit de bevordering van een theorie die strategisch gezien bereikt wat er bereikt moet worden.

Voor radicale feministen werd het uiteindelijke doel de gelijkheid van de vrouw met de man, wat onder andere een volledige seksuele vrijheid betekende. Om dit te bereiken werd een strategische theorie ontwikkeld die kinderen als een last bestempelde en het huwelijk als een soort slavernij, die antiproductief is voor de zelfvervulling van de vrouw. Men stelde dat abortus nu niet alleen een politiek recht was, maar ook de enige manier waarop een vrouw in seksueel opzicht gelijk kon zijn aan de man; omdat mannen geslachtsgemeenschap kunnen hebben zonder de gevolgen te hoeven dragen (het baren van kinderen), moeten vrouwen dezelfde vrijheid en hetzelfde politieke recht hebben.

Op eenzelfde manier beschouwde men homoseksuelen als mensen die onderdrukt werden door een heteroseksuele meerderheid die haar puriteinse seksuele normen en waarden aan de samenleving had opgedrongen. De strategische theorie noemde de homoseksuele leefstijl normaal, moreel goed en gezond. Hiertoe werden kinderen via sitcoms op televisie, speelfilms en openbaar onderwijs over aardige homo's en homoseksueel gedrag al op heel jonge leeftijd blootgesteld aan aantrekkelijk lijkende homoseksuele gezinnen.23

Op eenzelfde manier beweren postmodernisten dat blanke Europeanen kleurlingen al honderden jaren hebben onderdrukt. De strategische theorie beweerde dat zwarte mensen en andere minderheden op oneerlijke wijze benadeeld werden wat betreft hun mogelijkheden om hoger onderwijs te volgen. Het idee van “positieve discriminatie” werd ontwikkeld om minderheden te verzekeren van toegang tot hoger onderwijs, vaak ten koste van geschiktere blanke kandidaten. Op deze manier werden jaren van onderdanigheid van de minderheid aan de blanken rechtgezet en werd sociale rechtvaardigheid bekrachtigd.

De strategieën van de identiteitspolitiek zijn erin geslaagd om de overtuigingen van steeds meer mensen in de Westerse samenlevingen te veranderen. Dit laat zien hoe krachtig de postmoderne benadering is bij het vormen van de voorwaarden voor het debat.

Postmoderne politiek – Conclusie
Om hun visie voor het Westen te kunnen bereiken, moeten de postmodernisten het huidige sociaal-politieke systeem ontmantelen, de fundamentele ideeën over individuele vrijheden vervangen en de wetten die gebaseerd zijn op Gods morele orde vervangen door postmoderne politiek, de principes van identiteitspolitiek en sociale rechtvaardigheid.

Leer meer!

Met toestemming gebruikt. Uit het boek Understanding the Times: The Collision of Today's Competing Worldviews (2e editie), David Noebel, Summit Press, 2006. Met dank aan John Stonestreet, David Noebel en het Christian Worldview Ministry van Summit Ministries. Alle rechten voorbehouden in het origineel.

Voetnoten:
1 Richard Rorty, “Trotsky and the Wild Orchids” (1992), http://www.philosophy.uncc.edu/mleldrid/cmt/rrtwo.html.
2 Steven Best en Douglas Kellner, “Postmodern Politics and the Battle for the Future,” (http://uta.edu/huma/illuminations/kell28.htm).
3 Idem.
4 Idem.
5 Barbara Epstein, “Postmodernism and the Left,” New Politics vol. 6, nr. 2 (nieuwe reeks), nr. 22 (Winter 1997). Online beschikbaar op http://www.wpunj.edu/~newpol/issue22/epstei22.htm.
6 Stephen R.C. Hicks, Explaining Postmodernism: Skepticism and Socialism from Rousseau to Foucault (Tempe, AZ: Scholargy Publishers, 2004), 85.
7 Michel Foucault, The Order of Things: An Archaeology of the Human Sciences (New York, NY: Vintage Books, 1994), 262.
8 Anthony Thomson, “Post-Modernism and Social Justice”, http://ace.acadiau.ca/soci/agt/constitutivecrim.htm. Hij verwijst naar Stuart Henry en Dragan Milovanovic, Constitutive Criminology: Beyond Postmodernism, (Londen, Verenigd Koninkrijk: Sage, 1996), 4.
9 Robert Eaglestone, erd., Routledge Critical Thinkers, (New York, NY: Routledge, 2003), 15.
10 Mark Lilla, The Reckless Mind: Intellectuals in Politics (New York, NY: New York Review Books, 2001), 142.
11 Geciteerd in David Macey, The Lives of Foucault (New York, NY: Vintage, 1994), xix.
12 Simon Malpas, Jean-Francois Lyotard. Geciteerd in Robert Eaglestone, red., Routledge Critical Thinkers, 16.
13 Michel Foucault, Discipline and Punishment (New York, NY: Vintage, 1991), 64–5.
14 Eaglestone, Routledge Critical Thinkers, 17.
15 Idem, 15.
16 Idem, 29.
17 Geciteerd in Macey, The Lives of Foucault, xix.
18 Epstein, “Postmodernism and the Left.”
19 Allan Bloom, Closing of the American Mind (New York, NY: Simon and Schuster, 1988), 97f.
20 Epstein, “Postmodernism and the Left.”
21 “Identity politics,” Wikipedia, http://en.wikipedia.org/w/index.php?title=Identity_politics&oldid=47299218. (versie van 6 april 2006.)
22 Epstein, “Postmodernism and the Left.”
23 Zie, bijvoorbeeld, de volgende boeken die geschreven zijn voor kinderen en in een groot aantal schooldistricten in Amerika worden onderwezen: Heather Has Two Mommies, Daddy’s Roommate, Gay Pride Parade, The King and King, enzovoorts.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen