Postmoderne psychologie

Postmoderne psychologie – Inleiding
De postmoderne psychologie wordt mooi samengevat door Walter Truett Anderson: “Alle ideeën over de menselijke werkelijkheid zijn sociale constructies.”1

De psychologie, als de bestudering van de menselijke “psyche”, of ziel, is in de problemen geraakt. Traditioneel zagen wij onze persoonlijke identiteit als datgene waarmee wij geboren zijn: een stabiele, verenigde ziel met een verstand, hart, wil en bewustzijn. Maar in recente jaren is het idee van een “ziel” verouderd geworden door ons postmoderne denken. In plaats van een ziel spreekt men nu vaak over een groot aantal “ikken”.2

Hazel Rose Markus, professor in de psychologie aan de Universiteit van Michigan, noemt dit “de meest opwindende periode in de psychologie in vele decennia”. Volgens Markus beginnen wij ons nu te realiseren “dat er niet slechts een enkel antwoord bestaat op de vraag 'Wie ben ik?'” Mitchell Stephens, een professor in de journalistiek aan de universiteit van New York legt uit dat “muterende leefstijlen en veranderende intellectuele stromingen ertoe geleid hebben dat een steeds invloedrijkere groep psychologen - doorgaans als ‘postmoderne psychologen’ betiteld – tot de conclusie is gekomen dat wij geen enkelvoudig, afzonderlijk, verenigd 'ik' hebben, maar dat wij een groot aantal ego's kunnen bevatten. 'Op zoek zijn naar jezelf' roept dus de vraag op: 'Welke zelf?'”3

Stephens geeft het volgende voorbeeld om zijn stelling te verduidelijken. “Neem bijvoorbeeld... Mick Jagger. De zanger van de Rolling Stones was - en is, als je de roddelbladen mag geloven, nog steeds – een echte losbol, maar hij is ook een vader en, tenminste tot enige tijd geleden, een gezinsmens. Jagger is een rock 'n' roller, een “Bohemer”, en zijn liedjes en leefstijl daagden de traditionele gedragsnormen uit, maar toch begeeft hij zich te midden van de Britse bovenklasse en gaat hij heel vertrouwelijk om met hertogen en prinsessen. Jagger kan grof en bot zijn, maar toch weet hij de weg in de literatuur en kent hij de beste wijnsoorten. Wie is de echte Mick? Zijn antwoord: allemaal. 'Mensen vinden het moeilijk te aanvaarden dat je al deze dingen bijna tegelijkertijd kunt zijn,' zo klaagde Jagger zelf.”4

Postmoderne psychologie – Het door de samenleving geconstrueerde “ik”
Filosoof Allan Bloom zegt: “Het 'ik' is de moderne vervanging van de ziel.”5 Met andere woorden, het traditionele idee van een immateriële ziel als de zetel van onze persoonlijke identiteit is vervangen door het postmoderne idee van sociaalgeconstrueerde “ikken”. Bloom kijkt terug op de geschiedenis van deze verschuiving en suggereert dat de vroegere maatschappelijke vooringenomenheid met de ziel “onvermijdelijk heeft geleid tot een verwaarlozing van deze wereld ten gunste van de andere wereld,”6 waardoor de priester, als de bewaker van de ziel, een grotere invloed en macht verkreeg. En hierdoor raakten vervolgens koningen verdorven. “Prinsen werden ineffectief door hun eigen opvattingen (of die van hun onderdanen) over de redding van hun ziel, terwijl mensen elkaar in grote getale afslachtten omdat zij over dergelijke dingen van mening verschilden. De zorg voor de ziel verlamde hun alledaagse levens.”7

Het gevolg was de ontwikkeling van een tegenreactie op de ziel. Deze verschuiving werd in gang gezet door Machiavelli (1460) en Thomas Hobbes (1651), die het idee van de ziel vervingen door “een voelende 'ik'”. Bloom merkt op dat Machiavelli en Hobbes “de weg baanden naar het 'ik', die is uitgegroeid tot de snelweg van een alomtegenwoordige psychologie zonder een psyche (ziel).”8

Maar de transformatie ging verder. Tegen de tijd dat de Franse politiek-theoreticus Jean-Jacques Rousseau het toneel betrad aan het begin van de 18e eeuw, was het 'ik' al gedegenereerd tot een individueel eigenbelang. Rousseau observeerde dat eigenbelang een onvoldoende basis was voor “het algemeen goed”, een noodzakelijk fundament voor het politieke leven.

Nu, in de 21e eeuw, heeft de postmoderne psychologie de nadruk op eigenbelang naar een logisch extreem doorgetrokken. Als er geen door God ingegeven begrip bestaat van wat een individuele mens eigenlijk is, dan zijn overgeleverd aan onze sociale toestand om ons te vertellen wie en wat wij zijn. En natuurlijk zijn de antwoorden op die vragen net zo gevarieerd als het aantal mensen dat ze verwoordt.

Postmoderne psychologie – De ontkenning van de menselijke aard
Bloom legt de toestand van de postmoderne psychologie verder uit: “De mens is een cultureel wezen, geen natuurlijk wezen. Wat de mens van de natuur [biologie] heeft gekregen is niets in vergelijking met wat hij van de cultuur heeft verworven. Een cultuur is, net als de taal waarmee die cultuur wordt vergezeld en verwoord, slechts een verzameling ongelukken die bij elkaar een samenhangende betekenis aan de mens toekennen.”9

Traditioneel hadden mensen het gevoel dat natuur én cultuur belangrijk waren voor de menselijke ontwikkeling. Maar zodra de beweging in gang was gezet om de natuur te ontkennen en de cultuur te benadrukken, schoven de postmodernisten de natuur graag volledig aan de kant. Dat betekent dat alleen de cultuur overbleef als vormgever van de menselijke psyche.

Volgens Foucault is ieder van ons “een wezen dat op zijn minst gedeeltelijk onderworpen is aan sociaalvoortgebrachte beperkingen en verdelingen.”10 Hij vindt “het hedendaagse idee van het 'ik' verweven, en onlosmakelijk verbonden, met de werking van sociale structuren en instellingen.”11 Er bestaat daarom geen verschil “tussen de openbare en de particuliere 'ikken' die geïmpliceerd worden door het concept van de menselijke natuur, en het individu kan ook niet gereduceerd worden tot een individueel bewustzijn.”12

Gilles Deleuze en Felix Guattari’s “Anti-Oedipus: Capitalism and Schizophrenia” (oftewel: “Anti-Oedipus: Kapitalisme en schizofrenie”) is een belangrijke postmoderne tekst. Deleuze en Guattari verwerpen het idee dat de ziel van nature volledig, verenigd of samenhangend is; in plaats daarvan is dit alles een schadelijke illusie. Zij zien het 'ik' als een stroom van verlangens en intensiteiten die verstrikt zitten in een voortdurend proces van veranderingen.

Toen eenmaal de volledigheid van de menselijke natuur werd ontkend, was het toneel klaar voor de postmoderne definitie van de sociaalgeconstrueerde 'ik'. Ward legt dit uit: “Het ontvouwende verhaal van de postmoderne identiteit heeft vele facetten, maar het beginpunt is dat het 'ik' in een fundamentele zin sociaal van aard is.”13

Postmoderne psychologie – De ontkenning van de menselijke natuur
Vergeleken met de postmoderne psychologie is de Christelijke psychologie gebaseerd op het idee van een ziel (het denken, het hart), persoonlijke identiteit en zelfbewustzijn (1 Tessalonicenzen 5:23). In Genesis 2:7 leren we dat God leven in de mens blies. De mens werd toen een levende ziel. In Matteüs 10:28 waarschuwde Jezus ons dat we de mensen die het lichaam kunnen doden niet moeten vrezen, maar wel Degene die het lichaam ("soma") en de ziel ("psyche") in de hel ("gehenna") kan doden.

J.P. Moreland vat het Bijbelse concept van onze identiteit als volgt samen: “Menselijke wezens bestaan uit een immateriële entiteit – een ziel, een levensprincipe, een of ander waarnemingsvermogen – en een lichaam. Iets concreter kunnen we zeggen dat een menselijk wezen een eenheid is van twee afzonderlijke entiteiten: lichaam en ziel.”14

Oorspronkelijk betekende “psychologie” de bestudering van de psyche (ziel). Nu wij een post-Christelijke cultuur zijn binnengetreden, moeten psychologen wellicht op zoek gaan naar een nieuwe naam om hun vakgebied te beschrijven. Misschien is dit wel wat Christelijk psycholoog Paul C. Vitz in gedachten had toen hij het artikel “Psychology in Recovery” (oftewel: “Psychologie in herstel”) schreef. Vitz bood de volgende suggestie aan het einde van zijn artikel: “Ik sluit met een voorzichtig optimistische noot. Aan de horizon zie ik het potentieel voor een psychologie die ik 'transmodern' wil noemen. Hiermee bedoel ik een nieuwe mentaliteit die het moderne denken niet alleen zal overtreffen, maar ook zal transformeren. Deze psychologie zal zowel de moderne als de postmoderne psychologie achter zich laten. Zij zal een nieuw overtreffend begrip bieden dat idealistisch en filosofisch kan zijn (d.w.z. de deugden), maar ook spiritueel en godsdienstig. Zij zal de moderne wereld transformeren met een intelligent begrip van een grote hoeveelheid premoderne wijsheid... In een dergelijke transmoderne wereld zou de psychologie de dienstmeid zijn van de filosofie en de theologie, iets wat zij altijd al had moeten zijn.”15

Leer meer!

Met toestemming gebruikt. Uit het boek Understanding the Times: The Collision of Today's Competing Worldviews (2e editie), David Noebel, Summit Press, 2006. Met dank aan John Stonestreet, David Noebel en het Christian Worldview Ministry van Summit Ministries. Alle rechten voorbehouden in het origineel.

Voetnoten:
1 Walter Truett Anderson, Reality Isn’t What It Used To Be: Theatrical Politics, Ready-to-Wear Religion, Global Myths, Primitive Chic, and Other Wonders of the Postmodern World (New York, NY: HarperCollins Publishers, 1990), 3.
2 Geciteerd in Mitchell Stephens, “To Thine Own Selves be True,” Los Angeles Times Magazine (August 23, 1992). Online artikel d.d. 10 augustus, 2005: http://www.nyu.edu/classes/stephens/Postmodern%20psych%20page.htm.
3 Idem
4 Idem
5 Allan Bloom, The Closing of the American Mind (New York, NY: Simon and Schuster, 1988), 173.
6 Idem, 174.
7 Idem
8 Idem, 175.
9 Bloom, The Closing of the American Mind, 190.
10 Glen Ward, Postmodernism (Chicago, IL: McGraw-Hill Companies, 2003), 142.
11 Idem, 141.
12 Idem
13 Idem, 118.
14 J.P. Moreland en Scott B. Rae, Body & Soul: Human Nature & the Crisis in Ethics (Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 2000), 17. Studenten worden gewezen op Moreland en Rae’s werk en op het werk van redacteur William Dembski over materialisme uit 2007, The End of Materialism.
15 Paul C. Vitz, “Psychology in Recover,” First Things (maart 2005), http://www.firstthings.com/ftissues/ft0503/articles/vitz.html.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen