Postmoderne sociologie

Postmoderne sociologie – Inleiding
Walter Truett Anderson legt de vinger aan de pols van de postmoderne sociologie: “Ik heb woorden als 'abnormaal' en 'afwijkend' tussen aanhalingstekens geplaatst, omdat deze categorieën nu onder vuur liggen en de grens tussen normaal en abnormaal nu net zo twijfelachtig is als alle andere grenzen die voorheen de sociale werkelijkheid definieerden.”1

De postmoderne kijk op ons samenleven in een maatschappij is niet-traditioneel voor wat betreft gezin, kerk en staat. Foucault zegt: “De maatschappij waarin wij leven, de economische relaties waarbinnen zij functioneert en het machtssysteem dat de gangbare vormen en grenzen van ons gedrag definieert... de essentie van ons leven... bestaat immers vooral uit het politieke functioneren van de samenleving waarin wij ons bevinden.”2 Foucault ziet de sociale orde dus als een samenstelling van economie, recht en de staat. Het leven binnen deze orde is “de essentie van ons leven”, omdat onze cultuur bepaalt wie wij zijn. Het leven is als het ware een samenvatting van de culturele aspecten van de sociale maatschappij, omdat er geen verenigd 'ik' bestaat.

Foucault slaat de kerk over in zijn kijk op de maatschappelijke instellingen. De meeste postmodernisten willen niets te maken hebben met de kerk.3 In “The Future of Religion” (oftewel: “De toekomst van godsdienst”), vervangt Rorty de term atheïsme door “anti-geestelijkheid”. Hij stelt dat er geen bezwaren bestaan tegen plaatselijke “gemeenten van gelovigen”, maar dat “kerkelijke instellingen” gevaarlijk zijn voor de gezondheid van democratische samenlevingen. Voor Rorty is er “geen bezwaar tegen godsdienst, zolang deze geprivatiseerd is.”4 Met andere woorden, persoonlijke godsdienstige standpunten zijn aanvaardbaar, maar een georganiseerde kerk is dat niet.

Postmoderne sociologie – Seksueel egalitarisme
Een groot aantal volgelingen van de postmoderne sociologie ziet het huwelijk als het grootst mogelijke kwaad. Rorty heeft vooral hardvochtige gevoelens ten aanzien van Christelijke ouders die hun kinderen over God onderwijzen; hij noemt hen “angstaanjagend, boosaardig en gevaarlijk.”5

Andere postmodernisten uiten hun minachting over de Christelijke kijk op liefde, seks en het huwelijk. Zij geven de voorkeur aan de verschillende vormen van “vrije liefde” (zoals ongehuwd samenwonen). Postmodern psychiater Adam Phillips sluit de mogelijkheid van een contractueel huwelijk uit en beschrijft elke mogelijke relatie in grove bewoordingen: “De enige zinnige, zekere conclusie over enige relatie is dat het een experiment betreft; en het zal de betrokkenen nooit exact duidelijk zijn waar het experiment nu eigenlijk betrekking op heeft. Want gezonde (zogenaamde) relaties zouden nooit het onderwerp van een contract kunnen zijn.”6

Postmodernisten erkennen dat het traditionele heteroseksuele gezin de norm is in de Westerse samenleving, maar klagen dat deze “heteroseksuele norm” de maatschappij in staat stelt om “sommige seksuele praktijken als 'onnatuurlijk' te bestempelen en zo te bewijzen dat heteroseksuele monogamie en gezinswaarden de natuurlijke normen zijn waarop de maatschappij zou zijn gefundeerd.”7

Postmodernisten moedigen 'open gesprekken' aan over de manier waarop wij seksuele relaties ervaren. Foucault beweert dat gesprekken over seks de seksuele verscheidenheid bevorderen. Hij zegt: “Seks als gespreksonderwerp is geen beperkend proces gebleken, maar juist een mechanisme met een steeds toenemende prikkeling... de machtstechnieken die seks beheerst hebben, hebben geen rigoureus selectieprincipe gevolgd, maar veeleer een principe van afwijkende meningen en implementatie van polymorfe seksualiteiten.”8

Gesprekken over seks openbaren “een voortdurend groeiende encyclopedie van voorkeuren, geneugten en perversies. Zij scheppen een domein van perversies door het te ontdekken, te bespreken en te verkennen. Zij verwezenlijken dit domein als een onderzoeksveld. Op deze manier categoriseren en belichamen zij de mensen die zich in de geheime onderwereld van 'afwijkend gedrag' bevinden.”9 Foucault zegt: “Wij moeten ons afvragen waarom wij vandaag de dag de zware last dragen van het schuldgevoel dat het gevolg is van onze bestempeling van seks als een zonde.”10 Foucault was “een discipel van de Markies de Sade,”11 en net als de Markies vond hij elke mogelijke seksuele activiteit toelaatbaar, zelfs relaties tussen mannen en kleine jongens (pederastie). Er bestaan slechts weinig grenzen in een sociaal geconstrueerde werkelijkheid.

Wat voorheen beschouwd werd als pervers, abnormaal of afwijkend seksueel gedrag, wordt nu beschreven als een persoonlijke voorkeur. Deze handelingen zijn losgekoppeld van enige morele oordelen. Men wil de grens tussen heteroseksuele en homoseksuele handelingen vervagen. Walter Truett Anderson zegt: “Ik heb woorden als 'abnormaal' en 'afwijkend' tussen aanhalingstekens geplaatst, omdat deze categorieën nu onder vuur liggen en de grens tussen normaal en abnormaal nu net zo twijfelachtig is als alle andere grenzen die voorheen de sociale werkelijkheid definieerden.”12

We gebruiken de term “seksueel egalitarisme” als beschrijving van de postmoderne kijk op de sociologie die elke mens toestaat om zijn of haar eigen seksualiteit te definiëren en die voorstelt dat alle mogelijke seksuele voorkeuren gelijkwaardig zijn.

Postmoderne sociologie – Politiek correct onderwijs
Binnen de context van de postmoderne sociologie legt Anderson uit wat de doelen en de methoden zijn die postmodernisten toepassen in het onderwijs: “Het postmodernisme verwerpt het idee dat onderwijs vooral de training van het cognitieve redeneringsvermogen van het kind ten doel heeft, om daarmee een volwassene voort te brengen die in staat is om onafhankelijk te functioneren in de wereld. Die kijk op het onderwijs is vervangen door de kijk dat onderwijs een feitelijk onbepaald wezen een sociale identiteit geeft. De manier waarop het onderwijs dit wezen vormgeeft is taalkundig. De taal die gebruikt moet worden is dus de taal die een menselijk wezen zal scheppen dat zich bewust is van zijn raciale, seksuele en sociale identiteit.”13

Anderson beschrijft de grootste verschuivingen in het postmoderne klaslokaal in vergelijking met het moderne klaslokaal: “Onderwijs moet geen nadruk leggen op de gevestigde orde, maar op de prestaties van niet-blanken, vrouwen en de armen;14 het moet de historische misdaden benadrukken van blanken, mannen en de rijken; en het moet kinderen leren dat de wetenschappelijke methode geen betere weg is naar de waarheid dan enige andere methode. Scholieren moeten dus net zo ontvankelijk zijn voor alternatieve kennismethoden.”15

Het postmoderne onderwijs leert mensen dat alle waarheid relatief is;16 dat alle culturen evenveel respect verdienen (al is de Westerse cultuur het doelwit van zware kritiek) en dat alle waarden en normen subjectief zijn (al worden racisme, seksisme, klassenverschillen en homofobie universeel slecht genoemd).

Aangeboden colleges aan de universiteiten zijn in het postmoderne tijdperk eveneens niet-traditioneel. Zij concentreren zich op thema's als ras, seks en geslacht. De faculteit voor “Feministische Studies” aan de Universiteit van Stanford biedt bijvoorbeeld een college “Lesbische gemeenschappen en identiteiten”. De catalogus beschrijft het college als “Wetenschap en onderzoek aangaande lesbische ervaringen. Onderwerpen als homofobie, lesbische intimiteit en seksualiteit. 'Butch en femme' [mannelijke en vrouwelijke] rollen, lesbisch separatisme en de diversiteit van lesbische gemeenschappen en identiteiten.”17 Stanfords Geschiedkundige faculteit biedt een college met de titel “Homoseksuelen, ketters, heksen en weerwolven: afwijkende figuren in de middeleeuwse samenleving.” De catalogus beschrijft dit college als het antwoord op de volgende vraag: “Waarom werden middeleeuwse ketters beschuldigd van afwijkend seksueel gedrag?”18

Elke grote Amerikaanse universiteit, met uitzondering van Princeton, biedt méér colleges op het gebied van de vrouw dan over de economie. Columbia's faculteit voor vrouwenstudies biedt de colleges “De onzichtbare vrouw in de literatuur: de lesbische literaire traditie”, “Inleiding tot homoseksuele en lesbische studies” en “Controversen over de geslachten: vrouwenlichamen en de wereldwijde strijd.”

De faculteit voor vrouwenstudies van de Universiteit van Dartmouth heeft een college “Shakespeare en geslacht”, dat in de catalogus wordt beschreven als het antwoord op de vraag: “Wordt taal verbogen door geslacht? Hoe kan macht worden uitgeoefend en beheerst in seksuele relaties?” Dartmouths faculteit voor de Engelse literatuur heeft een cursus getiteld “Homotheorie, homoteksten.”19

Brown University heeft de volgende faculteiten en colleges: “Afro-Amerikaanse studies — ‘Zwart lavendel: De bestudering van zwarte/homo/lesbische toneelspelen’; Onderwijs — ‘De psychologie van ras, klasse en geslacht’; Engels — ‘Onnatuurlijke handelingen: Een inleiding tot de lesbische/homoseksuele literatuur.’20

Niet alleen hebben de onderwerpen van colleges en faculteiten de traditionele aanpak op een heel drastische manier verlaten, ook het Christendom wordt vaak met minachting en spot bekeken. Richard Rorty, professor in de Comparatieve Literatuur te Stanford, schrijft: “Wanneer wij, onderwijzers aan de Amerikaanse universiteiten, religieuze fundamentalisten ontmoeten... dan doen we ons best om deze studenten te overtuigen van de voordelen van secularisatie... Ik denk dat deze studenten zich gelukkig mogen prijzen dat zij onder... mensen als ik zijn komen te staan en ontsnapt zijn aan de klauwen van hun angstaanjagende, boosaardige en gevaarlijke ouders.”21

Niet alle nieuwe colleges worden met enthousiasme onthaald. Richard Zeller, een professor in de sociologie aan de Bowling Green State universiteit in Ohio, probeerde een nieuw college te introduceren dat de gevolgen van politieke correctheid zou onderzoeken. Dit was gedacht als een reactie op beweringen van studenten dat zij zich gedwongen voelden om politiek correcte standpunten in te nemen om te slagen voor hun examens. Kathleen Dixon, het hoofd van de faculteit Vrouwenstudies aan BGSU, protesteerde hevig: “Wij verbieden elk college dat beweert dat wij de vrije meningsuiting inperken.”22 Het college werd geannuleerd en Zeller diende zijn ontslag in, na vijfentwintig jaar aan Bowling Green te hebben onderwezen.

Postmoderne sociologie – Conclusie
Hoewel de postmoderne visie voor de sociologie in de Westerse cultuur wortels begint te schieten, moeten wij Christenen de culturele opdracht die God in de hof van Eden aan Adam en Eva gaf (Genesis 1:28) serieus nemen. Hij stelde hen aan als het hoofd over Zijn schepping. De bedoeling van deze opdracht gaat duidelijk verder dan de zorg voor de hof en de benoeming van de dieren. God gebood hen om “zich te vermenigvuldigen” en de aarde met mensen te vullen. Het gebod impliceert bovendien het leiderschap over een groeiende sociale orde. Jezus herhaalt dit thema wanneer Hij Zijn discipelen opdraagt om “zout en licht” te zijn (Matteüs 5:13-14). Jezus bedoelt dat het onze schuld is als onze maatschappij smakeloos en duister is, omdat wij dan onvoldoende smaakmakende en verlichtende invloeden hebben toegevoegd! Daarnaast heeft Jezus' “grote opdracht” (Matteüs 28:18-20) betrekking op de geestelijke behoeften waarin wij moeten voorzien. Gods culturele opdracht wordt nergens in de Schrift herroepen. Het is nog steeds onze verantwoordelijkheid.

Christenen zouden in alle lagen van de samenleving actief moeten zijn: in het onderwijs als leraren, administratief medewerkers, raadsleden en samenstellers van de tekstboeken; in de overheid als leiders op plaatselijk, provinciaal en landelijk niveau; als kunstenaars die de mooist mogelijke kunst voortbrengen, de meest inspirerende muziek produceren, en boeken en films maken met prachtige verhaallijnen die het voorstellingsvermogen van elke lezer of kijker aanspreken; in het gezin als liefdevolle ouders en rolmodellen; in de maatschappij als zakenleiders en vrijwilligers in clubs en verenigingen; in de media als verslaggevers en schrijvers die door miljoenen mensen worden gezien en gelezen. In al deze inspanningen zouden wij Gods wonderbaarlijke verhaal moeten delen met ieder die het wil horen. Wanneer wij deelnemen aan de grote opdracht, samengevoegd met de culturele opdracht, dan volbrengen wij Gods doel voor ons, gedurende ons verblijf op deze aarde.

Leer meer!

Met toestemming gebruikt. Uit het boek Understanding the Times: The Collision of Today's Competing Worldviews (2e editie), David Noebel, Summit Press, 2006. Met dank aan John Stonestreet, David Noebel en het Christian Worldview Ministry van Summit Ministries. Alle rechten voorbehouden in het origineel.

Voetnoten:
1 Walter Truett Anderson, The Future of the Self: Exploring the Post-Identity Society (New York, NY: Tarcher/Putnam, 1997), 114.
2 Michel Foucault, History, Discourse and Discontinuity (New York, NY: Semiotex (e), 1996), 48.
3 De Franse Postmodernisten waren bijzonder anti-Rooms-katholiek.
4 Richard Rorty en Gianni Vattimo, The Future of Religion (New York, NY: Columbia University Press, 2005), 33. Geciteerd in Philosophia Christi, vol. 7, nr. 2 (2005): 525.
5 Robert B. Brandom, red., Rorty and his Critics (Oxford, UK: Blackwell Publishers, 2001), 22.
6 The Weekly Standard, 14 november , 2005, 41.
7 Glenn Ward, Postmodernism (Chicago, IL: McGraw-Hill Companies, 2003), 145.
8 Idem, 146.
9 Idem.
10 Idem. Bron: Paul Rabinow, red., The Foucault Reader: An Introduction to Foucault’s Thought (Eastbourne, UK: Gardners Books, 1991), 297.
11 Mark Lilla, The Reckless Mind: Intellectuals in Politics (New York, NY: New York Review Books, 2001), 142. Zie de sectie over Ppstmoderne Politiek voor meer over de Markies de Sade.
12 Walter Truett Anderson, 114.
13 Idem, 17.
14 Zie bijvoorbeeld David Stoll, Rigoberta Menchu and the Story of All Poor Guatemalans (Oxford, UK: Westview Press, 1999).
15 Idem, 18.
16 Allan Bloom, The Closing of the American Mind (New York, NY: Simon and Schuster, 1988), 25: “Er is één iets waar een professor absoluut zeker van kan zijn: bijna elke student die de universiteit binnenstapt gelooft, of beweert te geloven, dat waarheid relatief is.”
17 The Washington Times, 31 augustus, 1997, B2.
18 Idem, p. B2.
19 Idem.
20 Idem.
21 Brandom, Rorty and his Critics, 21–22.
22 Larry Elder, “Campus Gulag,” FrontPageMagazine.com, 2 oktober, 2000, http://www.frontpagemag.com/Articles/Printable.asp?ID=2711.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen