Postmoderne wetenschap

Postmoderne wetenschap – Inleiding
De postmoderne wetenschap is in vele opzichten “anti-wetenschappelijk”. Sommige postmodernisten beargumenteren dat wetenschap feitelijk helemaal geen kennis is. In plaats daarvan spreken zij in termen van chaostheorie, de onvoorspelbaarheid van de wetenschap, onbepaaldheid, onzekerheidsprincipes in evolutie/devolutie, enzovoorts. Paul Feyerabend, voormalig professor in de filosofie aan de Universiteit van Californië (Berkeley) stelt bijvoorbeeld dat datgene wat in de ene cultuur “wetenschap” wordt genoemd, in een andere cultuur “voodoo” heet: “Aan mensen die het rijke materiaal uit de geschiedenis bekijken, en die het niet willen verwateren om hun lagere instincten te behagen – hun verlangen naar intellectuele zekerheid in de vorm van helderheid, precisie, 'objectiviteit' of 'waarheid' - zal duidelijk worden dat er maar één enkel principe bestaat dat onder alle omstandigheden en in alle fasen van de menselijke ontwikkeling kan worden verdedigd. En dat principe is: alles is mogelijk.”1

In zijn artikel “Anything Goes” (oftewel: “Alles is mogelijk”) legt Feyerabend verder uit hoe de wetenschap werkt. In de geschiedenis van de wetenschap zijn al veel theorieën opgesteld, aanvaard, als de waarheid verkondigd, maar dan uiteindelijk aan de kant geschoven. Wanneer een wetenschapper wetenschappelijke data naar voren schuift om een theorie te verdedigen, dan is die data allesbehalve neutraal, omdat de wetenschapper zijn eigen persoonlijke agenda heeft. In alle wetenschappelijke vakgebieden blijven onbeantwoorde vragen bestaan en worden wetenschappelijke theorieën regelmatig bijgesteld. En alsof dat nog niet genoeg is, is de wetenschappelijke wereld ook nog onderdeel geworden van de politieke arena.2 Wetenschappers gaan dus regelmatig aan het werk met onbewezen aannames en filteren de data door hun eigen vooringenomen ideeën.

Postmoderne wetenschap – Theorieën van onbepaaldheid
Postmoderne twijfels over de objectiviteit en de neutraliteit van de wetenschap ontstonden in het midden van de 20e eeuw na de publicatie van Michael Polanyi’s “Personal Knowledge” (oftewel: “Persoonlijke kennis”)3 en Thomas Kuhns “The Structure of Scientific Revolution” (oftewel: “De structuur van wetenschappelijke revoluties”).4 Kuhn wees er bijvoorbeeld op dat de wetenschap niet slechts een progressief en geleidelijk groeiend vakgebied is dat feiten bestudeert en vastlegt. Zogenaamde feiten kunnen op een groot aantal verschillende manieren begrepen en geïnterpreteerd worden, afhankelijk van het wereldbeeld van de wetenschapper en de daaruit voortkomende aannames.5

Kuhn beweerde verder dat wetenschappelijke theorieën, of paradigma's, niet altijd terzijde geschoven worden wanneer de onjuistheid ervan wordt bewezen. In plaats daarvan sterven oudere theorieën doorgaans uit met hun voorstanders. Nieuwe en creatieve theorieën trekken de aandacht van jongere wetenschappers die, op hun beurt, hun theorieën de voorkeur geven boven de oudere.6 En dat is precies wat een huidige wetenschappelijke theorie is: een huidige theorie, die in de toekomst door een andere huidige theorie vervangen zal worden. Om die reden kan de wetenschap ons niet vertellen wat werkelijkheid is, maar alleen wat wetenschappers voor waar aannemen op dat bepaalde punt in de geschiedenis. Dit komt overeen met het postmoderne idee dat iedere mens, inclusief de wetenschapper, verstrikt zit in zijn of haar specifieke cultuur en taal, en dat dus niemand kan beweren een objectief beeld van de wereld te hebben.

Postmoderne wetenschap – Wat is eigenlijk echt “echt”?
In de wereld van de postmoderne wetenschap is zelfs wiskunde niet immuun voor postmoderne analyse. Twijfels over de objectiviteit van wiskunde werden aan het licht gebracht in Douglas R. Hofstadters boek “Gödel, Escher, Bach: An Eternal Golden Braid” (oftewel: “Gödel, Escher, Bach: een eeuwige gouden band”), waarvoor hij in 1979 de Pulitzerprijs won.7 Dit thema is verder uitgewerkt in andere publicaties. In “Ethnomathematics: A Multicultural View of Mathematical Ideas” (oftewel: “Etnowiskunde: Een multiculturele kijk op mathematische ideeën”) stelt Marcia Ascher dat een groot deel van het wiskundig onderwijs afhankelijk is van aannames uit de Westerse cultuur. Zij schrijft bijvoorbeeld dat geen andere cultuur “de categorieën driehoek, rechthoekige driehoek en hypotenusa van een rechthoekige driehoek...” met ons gemeen hoeft te hebben. Zij stelt verder de volgende vraag: “Is een vierkant iets dat een externe realiteit bezit, of bestaat het alleen maar in onze gedachten?”8

Maar zelfs in het licht van de postmoderne aversie tegen meta-vertellingen en twijfels over het vermogen van de wetenschap om de werkelijke wereld te beschrijven, zullen postmodernisten al het mogelijke verzinnen om de oorsprong van het leven te verklaren, met uitzondering van het creationisme! Om deze reden omarmen de postmodernisten het enige andere mogelijke alternatief: evolutieleer, in de een of andere verschijningsvorm.

Postmoderne wetenschap – Inconsequent en onbetrouwbaar
Christenen hoeven het niet eens te zijn met de extreme conclusie die onze huidige postmodernisten trekken uit Kuhns theorieën over onbepaaldheid. Ook al erkennen Christenen dat wetenschappers hun eigen vooronderstellingen en aannames hebben, dan kunnen zij toch beweren dat een echte kennis over de werkelijkheid mogelijk is. Filosoof J.P. Moreland legt het Christelijke standpunt als volgt uit: “De wetenschap (tenminste zoals de meeste wetenschappers en filosofen de wetenschap zien) neemt aan dat het universum begrijpelijk en niet onberekenbaar is, dat het verstand en de zintuigen ons informatie verstrekken over de werkelijkheid, dat wiskunde en taal op de wereld kunnen worden toegepast, dat kennis mogelijk is, dat er een uniformiteit in de natuur bestaat die inductieve gevolgtrekkingen mogelijk maakt vanuit het verleden naar de toekomst en van bestudeerde omstandigheden van, bijvoorbeeld, elektronen naar onbekende omstandigheden, enzovoorts.”9

Seculier humanist Paul Kurtz zegt ongeveer hetzelfde. In het “Humanistisch Manifest 2000” dringt Kurtz er op aan dat de afwijzing van objectiviteit een vergissing is en dat postmodernisme antiproductief en zelfs nihilistisch is. Kurtz schrijft: “De wetenschap biedt redelijke, objectieve standaarden waarmee uitspraken over de waarheid beoordeeld kunnen worden. De wetenschap is daadwerkelijk een universele taal geworden die tot alle mannen en vrouwen spreekt, ongeacht hun culturele achtergronden.”10

Op vergelijkbare toon schrijft Lee Campbell, voorzitter van het vakgebied van de Natuurwetenschappen aan het Ohio Dominican College: “De methoden die in de wetenschappen gebruikt worden hebben geleid tot krachtige verklaringen over de werking van dingen en tot talrijke nuttige toepassingen, waaronder technologieën die zelfs de grootste critici nooit hadden willen missen.”11 De postmodernisten maken inderdaad gebruik van alle gemakken en luxe die de moderne wetenschap en de moderne technologie te bieden hebben, maar zij ontkennen tegelijkertijd de fundamentele premissen waarop de wetenschap gestoeld is. Dit brengt de interne tegenstrijdigheid en de onbetrouwbaarheid van het postmoderne wereldbeeld aan het licht.

Postmoderne wetenschap – Conclusie
In tegenstelling tot de mislukte aanpak van de postmoderne wetenschap, worden de werkelijkheid en de progressieve betrouwbaarheid van de wetenschappelijke methode door de geschiedenis bevestigd. De moderne wetenschap kwam feitelijk tot stand vanwege de Bijbelse kijk van de grondleggers op de werkelijkheid. Campbell schrijft: “De opkomst van de moderne wetenschap zou onmogelijk zijn geweest zonder de Christelijke vooronderstelling dat het universum rationeel is omdat het werd geschapen door een rationele God.”12

In zijn boek “For the Glory of God” (oftewel: “Voor de glorie van God") legt Rodney Stark uit waarom juist het Christendom (en niet de Islam, het kosmische humanisme of enige vorm van atheïstische humanisme) het wereldbeeld is dat de basis heeft gelegd voor de moderne wetenschap.13 De vader van de moderne wetenschap, Sir Francis Bacon, was een Christen, net als vele andere toonaangevende wetenschappers die de fundamenten legden van de scheikunde, paleontologie, bacteriologie, antiseptische chirurgie, genetica, thermodynamica, computerwetenschappen en een groot aantal andere vakgebieden.14

Leer meer!

Met toestemming gebruikt. Uit het boek Understanding the Times: The Collision of Today's Competing Worldviews (2e editie), David Noebel, Summit Press, 2006. Met dank aan John Stonestreet, David Noebel en het Christian Worldview Ministry van Summit Ministries. Alle rechten voorbehouden in het origineel.

Voetnoten:
1 Paul Feyerabend, “Anything Goes,” in Walter Truett Anderson, red., The Truth About The Truth (New York, NY: Tarcher/Putnam Publishers, 1995), 199–200.
2 Voor een goed begrip van de hoge mate waarin de wetenschap door de politiek wordt beïnvloed, zie Tom Bethels The Politically Incorrect Guide to Science (Washington, DC: Regnery Publishing, 2005).
3 Michael Polanyi, Personal Knowledge: Towards a Post-Critical Philosophy (Chicago, IL: University of Chicago Press, 1974).
4 Thomas S. Kuhn, The Structure of Scientific Revolutions, 3e ed. (1962; Chicago, IL: University of Chicago Press, 1996).
5 Millard J. Erickson, Truth or Consequences: The Promise & Perils of Postmodernism (Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 2001), 106–7.
6 Kuhn, The Structure of Scientific Revolutions, 16–19.
7 Douglas R. Hofstadter, Gödel, Escher, Bach: An Eternal Golden Braid, 20e jubileumeditie (1979; New York, NY: Basic Books, 1999).
8 Marcia Ascher, Ethnomathematics: A Multicultural View of Mathematical Ideas (Belmont, CA: Wadsworth, 1991), 193.
9 J.P. Moreland,Christianity and the Nature of Science: A Philosophical Investigation (Grand Rapids, MI: Baker Book House, 1989), 45.
10 Paul Kurtz, Humanist Manifesto 2000: A Call for A New Planetary Humanism (Amherst, NY: Prometheus Books, 2000), 22.
11 Lee Campbell, “Postmodern Impact: Science,” in Dennis McCallum, red., The Death of Truth, (Minneapolis, MN: Bethany House, 1996), 193.
12 Idem.
13 Zie Rodney Stark, For the Glory of God (Princeton, NJ: Princeton University Press, 2003).
14 Voor een gedetailleerde lijst, zie “The Worlds Greatest Creation Scientists: From Y1K to Y2K” at http://creationsafaris.com/wgcs_toc.htm.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen